Henk Oonk

Ontwikkelingen


Recente EIO-Ontwikkelingen

Op basis van het uitgevoerde onderzoek heeft Helios Onderwijs en Europa in samenwerking met de Rijksuniversiteit/GION te Groningen een Seminar georganiseerd in het Comenius Museum te Naarden. Aan dit Seminar hebben een 15-tal  scholen en experts deelgenomen. Er stonden twee vragen centraal:

  • Wat zijn de resultaten van onderzoek naar de betekenis en effecten van de Europese en Internationale Oriëntatie (EIO) in het voortgezet onderwijs ?
  • Welke veranderingen qua beleid en onderwijspraktijk zijn nodig gelet op de onderzoeksresultaten en wat zijn de mogelijkheden, obstakels en dilemma’s ?

 

Een aantal docenten is met de resultaten van dit Seminar zelfstandig op de betrokken school aan de slag gegaan om EIO te verbeteren; andere docenten hebben Dr. Henk Oonk uitgenodigd om samen met de school een verbeterplan EIO op te stellen en uit te voeren voor de onderbouw en bovenbouw van bijvoorbeeld het Tto. Ruwweg bestaat de aanpak hieruit door eerst met alle betrokken docenten uit de onderbouw een inventarisatie te maken van wat al aan EIO in de verschillende vakken wordt gedaan, waarna in een volgende fase wordt gekeken naar de dubbelingen en lacunes. Tenslotte wordt dan een EIO-leerplan onderbouw opgeleverd  waarin per leerjaar een helder overzicht wordt gegeven van het EIO-kennisdeel en het EIO-activiteitendeel. Aan het eind van elk leerjaar wordt een EIO-toets gegeven met elementen uit de verschillende vakken op basis van het EIO-leerplan.

Een zelfde werkwijze wordt toegepast voor de bovenbouw. Deze EIO-kwaliteitsimpuls leidt tot betere EIO-leerlingenprestaties.


Europese en Internationale Oriëntatie (EIO) door Oonk ontwikkeld in proefschrift 2004

Een bonte verzameling van rapporten van de Europese Commissie, resoluties van de Raad van Ministers en het Europees Parlement, documenten op nationaal en deelstaatniveau, discussies en praktijkervaringen van scholen hebben tenslotte de  basis gevormd van het onderwijsartikel 126 ( later gewijzigd in artikel 149) in het Verdrag van Maastricht(Verdrag Europese Unie, 1992).  Één van de activiteiten zoals genoemd in het tweede lid van artikel 149 luidt: ‘het optreden van de Gemeenschap is erop gericht de Europese dimensie in het onderwijs tot ontwikkeling te brengen, met name door onderricht in en verspreiding van de talen der lidstaten’( p.47).Het is deze Europese dimensie die men in tal van documenten en beleidsvoornemens aantreft. Dit is echter een tamelijk  vaag begrip dat voor scholen weinig houvast biedt bij de implementatie van de Europese ontwikkelingen in het curriculum.


Vandaar dat Oonk in 2004 in zijn proefschrift een nieuw concept heeft ontwikkeld, de Europese en Internationale Oriëntatie, afgekort EIO. Hij concludeert dat ‘de realisering van de Europese dimensie vooralsnog kan samenvallen met de vorming tot Europees burger en de realisering van de Europese en Internationale Oriëntatie ( EIO), met name wat betreft de Europese aspecten….( p. 84). Onder de Europese en Internationale Oriëntatie van een school of opleiding en van leerlingen en studenten verstaan we het geheel aan onderwijsactiviteiten dat ten doel heeft specifieke kennis, inzicht en vaardigheden bij te brengen met betrekking tot Europese en internationale ontwikkelingen ( p. 85).


EIO-concept
 

Tabel 1
Inhoud Methode
Kennisdeel




Europa en de wereld
Activiteitendeel


Uitwisselingen, partnerschappen, studiebezoeken, projecten, etc.
EIO-curriculum schema

Kennis en activiteiten
elementen gedurende  gehele onderwijstraject in samenhang met de vakken.
 
Verbinding met  reguliere curriculum

Kennis en activiteiten in samenhang met de inhoud van de vakken.













Het door Oonk ontwikkelde EIO-concept is  inhoudelijk verder uitgewerkt in het Common Framework for Europe Competence ( CFEC) en methodisch in het EIO-leerplanschema. Het EIO-concept wordt toegepast in het Elosconcept zowel voor Nederland als voor andere Europese landen, in het  Certilingua-concept eveneens voor Nederland en andere Europese landen en in de Nederlandse Standaard Tto-Engels-vwo. Aan de nadere invulling van dit EIO-concept hebben tal van experts van het Europees Platform gewerkt alsmede leraren op scholen. 


EIO in het Common Framework for Europe Competence ( CFEC)

Na enkele jaren van voorbereiding is het Europees Platform in 2004 tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EU gestart met het Elosproject met het doel Europa als Leer Omgeving in Scholen ( Elos) te ontwikkelen. In 2005 werd dit Nederlandse initiatief uitgebreid met financiële steun van de Europese Commissie voor een Europees netwerk  van Elosscholen. In het schooljaar 2008/2009 zijn er ongeveer 200 Elosscholen in een groot aantal Europese landen.

Teneinde de aandacht voor Europa in de scholen voor voortgezet onderwijs beter te kunnen vormgeven heeft het netwerk van Elosscholen in 2006 aan het Scientific Committee van het Elosnetwerk gevraagd een gemeenschappelijk framewerk te ontwikkelen. De eerste bouwstenen van dit CFEC, binnen het Europees Platform ontwikkeld door Wolter Blankert   (tot 2009 hoofd Nationale en Bilaterale Programma’s van het Europees Platform en Kirsten Stamm ( tot 2008 stafmedewerker bij het EP),  werden uitvoerig bediscussieerd tijdens een vergadering van het Scientific Committee in het voorjaar van 2006 in Alkmaar ( Nederland) en in 2007 met lichte aanpassingen in Vilnius (Litouwen) vastgesteld (Scientific Committee, 2007).

The Common Framework for Europe Competence (CFEC) was drawn up to classify and give shape to the concepts ‘European and International Orientation’ and  ‘Europe Competence’ for general secondary school pupils aged 12-19.The CFEC is also based on the key competences in a knowledge-based society outlined as part of the Lisbon Strategy: among other competences, active citizenship is an important objective (Commission of the European Communities, 2002). Experiences with regard to the European dimension in schools in various EU member states have equally contributed to the development of the Framework. The areas reconciled within the concept of EIO are knowledge, skills, and awareness, as well as activities, and forming opinions. De combinatie van EIO met vreemde talen in een gezamenlijk Framework is in het licht van het beleid op Europees en nationaal niveau zeer voor de hand liggend.

Het is voor het eerst dat er een beargumenteerd en gestructureerd Framework is ontwikkeld dat houvast biedt bij de behandeling van Europese en internationale thema’s in het voortgezet onderwijs waarbij veel aandacht is besteed aan een nauwe samenhang tussen de kenniselementen en de activiteiten. Het is zeker noodzakelijk de komende jaren te werken aan verbeteringen van het Framework.

De leden van het wetenschappelijk comité hebben bij het ontwerp van het Framework gekozen voor de klassieke indeling van kennis, vaardigheden en attituden, die naar hun idee nog steeds waardevol en bruikbaar is.

EIO-leerplanschema

Om meer structuur te geven aan EIO door de hele school heen is dit EIO-leerplanschema ontwikkeld. Als deze aanpak wordt gekozen ontstaat er een duidelijke EIO-leerlijn door de diverse vakken en schooljaren en kunnen er interessante combinaties worden gevonden tussen de leerstofbehandeling en de activiteiten zoals uitwisselingen,   schoolpartnerschappen, email- en internetwerkzaamheden waardoor deze thematiek voor de leerlingen interessanter zal worden.

Een nieuw methodisch element is ook dat men zich bewust wordt dat er een relatie is tussen het reguliere curriculum en EIO: EIO-thema’s zijn in feite moderne uitstapjes vanuit het reguliere curriculum van de verschillende vakken. Het bestaande curriculum moet als het ware met nieuwe ogen worden bekeken, veel is al sterk Europees georiënteerd: kunstonderwijs en geschiedenis worden al behoorlijk vanuit de Europese invalshoek behandeld. Ook binnen aardrijkskunde krijgen Europese en internationale ontwikkelingen de nodige aandacht. Vanzelfsprekend leren we talen om ons beter in (andere) Europese (en andere) landen te kunnen redden, waardoor we ook een groter deel van de wereldliteratuur in de oorspronkelijke taal kunnen lezen.

Ervaringen in Nederland bij de Opleiding Coördinator Internationalisering ( studiejaren 2006-2009) hebben uitgewezen dat dit schema een werkbaar sturend instrument is.


 

Tabel 2 - EIO-Leerplanschema
Subjects Regular
Curriculum/
Main stream
EIO-
Knowledge
Hours EIO-
Activities
Hours Materials
History            
Geography            
Other subjects            
English            
Other languages            














Europese programma’s en het Nederlandse onderwijs: verschillende initiatieven

Eind jaren tachtig ontstaan de eerste ideeën over Europese programma’s voor het basis- en voortgezet onderwijs. Binnen het Europees Platform heeft Kees Zwaga (hoofd van de afdeling Europese Programma’s tot 2007) mede vorm gegeven aan de totstandkoming van met name multilaterale onderwijsprojecten die later zijn uitgemond in wat we nu Comenius noemen. Ter voorbereiding van deze nieuwe onderwijsvorm is overleg gevoerd tussen experts uit verschillende lidstaten en zijn Europese conferenties gehouden. Dit alles werd tenslotte onderdeel van het programma Socrates I, later opgevolgd door Socrates II en weer later door het Lifelong Learning Programme dat loopt van 2007-2013.
Deze activiteiten vormden tevens de voedingsbodem voor de eerste ideeën over de opzet van het Elosproject in de beginjaren 2000.

EIO in het Elosproject

Het zijn in de eerste fase van het Elosproject vooral Bob Beumers, Kees Zwaga, Wolter Blankert, Frans Lander, Kirsten Stamm, Katinka van Vuure ( thans verantwoordelijk voor Elos) en Henk Oonk geweest die dit project hebben vormgegeven. Inzake de huidige stand van zaken ontlenen we de volgende tekst aan de EP-website (najaar 2009): www.elos.europeesplatform.nl;
Informatie over het Europese netwerk: www.europelearning.info:

'Europa als leeromgeving op scholen', afgekort Elos, is een netwerk van 28 scholen voor vmbo, havo en vwo. De scholen delen hun ervaringen en werken samen aan de integratie van Europese en Internationale Oriëntatie (EIO) in het curriculum. Dit netwerk wordt gecoördineerd door het Europees Platform. In november 2008 heeft het Elos netwerk drie standaarden vastgesteld, voor respectievelijk
havo,  vmbo, vwo.
Op basis van ervaringen en uitkomsten van het Elos pilot-project dat liep van 2004 tot 2008, is in 2008 besloten tot het formuleren van officiële Elos standaarden voor vmbo, havo en vwo. Deze standaarden zijn gebaseerd op het internationale programma CertiLingua. 
Leerlingen die alle onderdelen van de Elos-standaard met goed gevolg afronden, ontvangen een Elos-certificaat van de school.

De kwaliteit van Elos wordt getoetst aan de volgende vier elementen:

A       Opbrengsten en resultaten
B       Onderwijsleerproces
C       Kwaliteitszorg
D       Randvoorwaarden

We vermelden hier de EIO-elementen; zie voor de overige criteria de websites.
EIO maakt onderdeel uit van ‘Opbrengsten en resultaten’; de EIO- elementen wordt gekarakteriseerd door de volgende criteria.

EIO-criteria Elosstandaard havo

A2
Kennis van Europese en Internationale Oriëntatie
De leerlingen voldoen aan het einde van hun schoolloopbaan in het havo aan niveau 4 van het  Common Framework for Europe Competence (CFEC) en tonen dat onder meer aan door in klas 5 te slagen voor de schoolonafhankelijke toets met betrekking tot Europese en Internationale Oriëntatie (EIO).

A3          
Praktische Europese en Internationale Oriëntatie
De leerlingen zijn gedurende hun schoolloopbaan aantoonbaar betrokken bij een samenwerkingsproject met buitenlandse leerlingen en nemen deel aan internationale fora, seminars, congressen, of verblijven voor onderzoek of studie in het buitenland.
De leerlingen nemen voor ten minste een week deel aan een uitwisseling met leerlingen van een buitenlandse partnerschool of aan een internationale stage van minstens 32 uur met verblijf in het buitenland.

EIO-criteria Elosstandaard vwo

A2
Kennis van Europese en Internationale Oriëntatie
De leerlingen voldoen aan het einde van hun schoolloopbaan in het vwo aan niveau 5 van het  Common Framework for Europe Competence (CFEC) en tonen dat onder meer aan door in klas 6 te slagen voor de schoolonafhankelijke toets met betrekking tot Europese en Internationale Oriëntatie (EIO).

A3       
Praktische Europese en Internationale Oriëntatie
De leerlingen zijn gedurende hun schoolloopbaan aantoonbaar betrokken bij een samenwerkingsproject met buitenlandse leerlingen en nemen deel aan internationale fora, seminars, congressen, of verblijven voor onderzoek of studie in het buitenland. Ook non-formele leerervaringen worden, mits aangetoond, erkend.
De leerlingen nemen voor ten minste een week deel aan een uitwisseling met leerlingen van een buitenlandse partnerschool.
Daarnaast nemen de leerlingen voor ten minste een week deel aan diverse Europees georiënteerde activiteiten zoals een tweede uitwisseling, internationale stages of studiebezoeken dan wel andere samenwerkingsprojecten met als voertaal een moderne vreemde taal.



EIO in de Standaard Europees Platform tweetalig onderwijs Engels-vwo

De ontwikkeling van het Tweetalig onderwijs ( tto) in Nederland start eind jaren tachtig met aanvankelijk enkele scholen, in de jaren daarna stormachtig groeiend tot meer dan 100 scholen eind 2009. Om helderheid te scheppen met betrekking tot de term ‘bilingual education’ hanteert men op Europees niveau de omschrijving ‘ Content and Language Integrated Learning ( CLIL)’. Aanvankelijk Gianna Fruhauf en later Anne Maljers ( tot 2009 hoofd van de afdeling bij het EP waar tto onderviel ) heeft met haar collega’s een grote bijdrage geleverd aan de verdere ontwikkeling van CLIL, zowel in Nederland als Europa.
Toen duidelijk werd dat het tto-model in Nederland veel belangstelling trok van leerlingen,leraren en ouders ontstond de behoefte aan een Standaard met het doel de kwaliteit van het tto te waarborgen ( in het schooljaar 2008/2009 zijn er ruim 101 tweetalige scholen waarvan er 100 tweetalig Engels-vwo en 1 tweetalig Duits-vwo).  Over deze Standaard en met name het opnemen van EIO bij het onderdeel ‘Opbrengsten’ is intensief gediscussieerd in de beginjaren negentig; zie voor het verloop van deze discussies het proefschrift van Oonk, p. 62-67. De Standaard is op verschillende momenten herzien; de versie van 26 februari 2003 wordt nog steeds gebruikt als basis voor de certificering.

De kwaliteit van het tweetalig onderwijs Engels in Nederland wordt gedefinieerd aan de hand van de volgende elementen:
Opbrengsten/resultaten
Onderwijsleerproces
Kwaliteitszorg
Randvoorwaarden

Het element A. Opbrengsten/resultaten kent vijf onderdelen: Taalvaardigheid Engels, Nederlands, Niveau vakkennis, Europese en Internationale Oriëntatie en relatie instroom, doorstroom, uitstroom. Over het onderdeel Europese en internationale oriëntatie wordt het volgende vermeld:

‘Aan het eind van de derde klas voldoet de leerling aantoonbaar aan de kerndoelen internationalisering, ten minste binnen de vakken geschiedenis, aardrijkskunde en economie, zodat zij/hij er met inzicht over kan praten en schrijven. Internationaliseringsprojecten zijn erop gericht deze basiskennis te verrijken. Tto-leerlingen hebben aan het eind van het derde jaar deelgenomen aan een leerlingenuitwisseling en/of een buitenlands studiebezoek, beide in combinatie met ict of hebben tenminste deelgenomen aan een internationaal ict-project.

De leerling geeft aan het eind van het tto-traject, d.w.z aan het eind van het voortgezet onderwijs, via een essay, presentatie, werkstuk en/of gesprek in het Engels blijk kennis te hebben van een thema dat betrekking heeft op Europese dan wel internationale ontwikkelingen’ .

Bij het element ‘Onderwijsleerproces’ is over internationalisering  vastgelegd dat in het beleidsplan van de tto-afdeling duidelijk tot uiting komt welke plaats Europese en Internationale oriëntatie heeft en dat in het curriculum de speciale projecten en programma’s worden vermeld. De leerlingen nemen actief deel aan activiteiten zoals uitwisselingen, internationale stages of studiebezoeken; deze activiteiten worden gedocumenteerd bijvoorbeeld in de vorm van een portfolio.

Zie voor verdere informatie: www.netwerktto.europeesplatform.nl


EIO in Certilingua

De volgende tekst ontlenen we aan de website van het Europees Platform: www.europeesplatform.nl

Initiatief en partners
Het CertLingua-project is een initiatief van de onderwijsministers uit Noordrijn-Westfalen en Nederland dat halverwege 2005 is gestart. Inmiddels hebben de ministeries van onderwijs uit verschillende Duitse deelstaten, Frankrijk en Oostenrijk zich bij het project aangesloten. Meer landen hebben sindsdien interesse getoond om deel te nemen aan het project. Met CertiLingua creëren de verschillende Europese landen een additioneel Europees certificaat voor meertaligheid en Europese en Internationale Oriëntatie (EIO). Het project wordt uitgevoerd door een internationale werkgroep; OCW wordt daarin vertegenwoordigd door het Europees Platform. Het project heeft een tweejarige pilotfase gekend, en wordt daarna voortgezet en vanaf september 2009 opengesteld voor alle scholen die in aanmerking komen voor accreditatie.

Meerwaarde

Het CertiLingua-certificaat moet in de deelnemende landen in de toekomst een meerwaarde vertegenwoordigen bij de overstap naar het hoger onderwijs. Een leerling met CertiLingua heeft dan bijvoorbeeld een goede kans om vrijstelling te krijgen van een taaltoets bij instroom in het hoger onderwijs in één van de deelnemende landen. Daarom worden nieuwe landen alleen toegelaten tot het project als het ministerie van onderwijs van dat land tekent voor deelname. Voor meer informatie over het internationale netwerk, zie www.certilingua.net

Wat moet de leerling kunnen?
In het eerste stadium van het project is een 'Label of excellence' gecreëerd dat bedoeld is voor goede vwo-leerlingen. In de nabije toekomst wordt gestart met een pilot voor een tweede certificaat; na mei 2009 moet duidelijk zijn voor welke doelgroep(en) dat geschikt is. 



Om voor het label in aanmerking te komen moeten leerlingen:

  • Ten minste twee vreemde talen te beheersen op minimaal B2 niveau van het ERK (Europees Referentiekader voor talen) en;
  • Ten minste één van die talen gebruikt te hebben als werktaal (tweetalig onderwijs of tweetalige modules in ieder geval in de bovenbouw)
  • Wat betreft EIO: niveau 4 behalen van het www.europeesplatform.nl/sf.mcfi CFEC (Common Framework for Europe Competence)
 

Europese en Internationale Oriëntatie (EIO)
Leerlingen kunnen voldoen aan het EIO-deel via aangetoonde EIO-activiteiten en - ervaringen en een EIO-toets. Deze toets wordt gemaakt door mensen uit het onderwijsveld  en de onderwijsondersteuning.

Moderne vreemde talen
Het taalniveau kan voor Frans en Duits worden getoetst middels de DELF-, en Goethe-examens en voor Engels via het Cambridge Advanced examen (voor tto-scholen het IB Certificate English). In principe kunnen alle talen meetellen voor CertiLingua; voorwaarde is dat er een op het ERK geijkt taalcertificaat  op B2 niveau bestaat dat een leerling behaalt.

Anno 2010 doen de volgende landen mee aan Certilingua: de Duitse Länder: Nordrhein-Westfalen, Berlin, Brandenburg, Hessen, Mecklenburg-Vorpommern, Niedersachsen, Rheinland-Pfalz, Sachsen, Thüringen; Nederland, België ( Duitstalige Gemeenschap), Italië ( regio Lombardije), en Oostenrijk.

Voor verdere informatie Katinka van Vuure, Europees Platform.

EIO nader uitgewerkt in 2009


Het Common Framework for Europe Competence ( CFEC) is ten behoeve van de onderwijspraktijk verder uitgewerkt in het Engels, in eerste instantie voor CLIL-scholen, Certilingua-en Elosscholen en andere scholen met een Engelstalige stroom die EIO voldoende aandacht willen geven. Deze uitwerking is vooral het werk van Wolter Blankert.

De voorbeelden die hierna volgen komen uit de publicatie: European and International Orientation, teacher guide for secondary education, Wolter Blankert en Henk Oonk, 2009, European Platform, Haarlem.

Om de leerstof enigszins te structureren is een verdeling in 10 topics gemaakt

  1. European unification process, reaction to Second World War and Cold War
  2. European institutions, as part of national state structures. Relations with member states.
  3. European policy ( economy, agriculture, environment, etc.), interaction with policy in member states.
  4. Europe and the World: trans-Atlantic relations, Third World, Islam, Russia, China
  5. United Nations: institutions, significance, working methods.
  6. Cultural heritage: national, European and world.
  7. Environment, environmental policy, global warming, sustainable development.
  8. Migration and human rights: two clearly related topics.
  9. Globalisation, world economy, money flows.
  10. Media: news, information, email/internet contacts, Internet
Vervolgens is er een EIO-syllabus gemaakt op basis van het Common Framework; de verschillende elementen van het CFEC zijn in leerstofelementen uitgewerkt. Ook zijn er voorbeelden vervaardigd van EIO-onderwijsactiviteiten. Tenslotte is een overzicht gemaakt van EIO in 100 begrippen: deze begrippen zijn deel van terreinen als : European integration, Important People, European institutions, treaties and organizations, Council of Europe, European culture/heritage, North Atlantic Treaty Organisation ( NATO), United Nations, Economic Institutions and Miscellaneous.

EIO in verschillende publicaties


Al vanaf het eerste begin, aanvankelijk door het CEVNO en later voortgezet door het Europees Platform is  veel aandacht besteed aan de ontwikkeling en verspreiding van onderwijsmaterialen. Ook anno 2010 is deze tak van EIO nog steeds  springlevend en worden door het Europees Platform regelmatig nieuwe materialen gepubliceerd. Verschillende EP-medewerkers maar ook externe auteurs hebben publicaties op hun naam staan; de uitgeverij is al deze jaren geleid door Karin Akkerman, die dat overigens nog steeds doet.

In rubriek publicaties vindt men een overzicht.